27-29 Oktober 2026: Castejon de Sos en El Monestir d’ Avellanes

Na vertrek uit de kloof met een waanzinnig uitzicht op de bergen om ons heen, willen wij weer vertrekken. We kijken om ons heen en zien door de kloof opeens mistwolken opdoemen. De zon staat inmiddels al weer wat hoger in de lucht en geen wolkje voor de rest te zien, behalve mist. Mir had een mooie route weer uitgezocht, met inachtneming van beperkte risico’s. We hebben de rit laten analyseren door Chat GPT op basis van ons profiel qua camper en krijgen een terugkoppeling die voldoende vertrouwen geeft om de route aan te vangen. We vertrekken via de C-13 richting Pobla de Segur, maar al snel is het zicht zo beperkt dat we bochten niet meer tijdig aan zien komen. En op hoogte in de bergen is dat niet echt heel prettig. Allebei zeggen we tegen elkaar dat we ergens parkeren als dat lukt, om eerst even een bak koffie nog te drinken totdat de mist is opgetrokken. Maar na een paar bochten is de mist opeens weg en trekt de zon zijn plan en geeft weer warmte aan ons. We gaan dus maar gewoon door!

Via de N260 rijden we richting Pont de Suert. Volgens de Michelin kaart zou dit geen scenic route zijn (die zijn altijd met groene streep naast de weg aangegeven op de kaart) Wij snappen hier niks van, want wat is het weer een fraaie weg zeg! We genieten enorm, terwijl ik wel mijn koppie erbij moet houden. Ondanks dat de weg goed te doen is voor een 7,50 meter lange camper, weet je nooit wat er opeens achter de rotswanden in bochten opeens op je af komt.

We rijden op ons gemakkie naar de top van de Coll de Creu de Perves op 1350 meter hoogte. Veel bochtenwerk en veel pieken en dalen. Niet mijn hobby om in de bergen te rijden, maar het gaat prima, nu de remmen ook niet te heet worden. Via de N230 richting Les Bordes, om vervolgens daarna weer de N260 te pakken naar Castejon de Sos.

Daar vinden we een plek om de overnachting voor vanavond te doen. Een camperplaats in een dal, in een nogal landelijke omgeving zal ik maar zeggen. De strontlucht van Schapen, geiten en ander viervoetig boerenvee loopt voor onze plek langs. We staan bij een schapenkooi, met een kudde van ongeveer 300 schapen en 100 geiten. Neem daarnaast nog eens een aantal campers die er staan met nogal dubieus volk. Een Peugeot Partner bestelautootje (dus geen bus!) met 2 volwassen en 5 grote honden die samen in die auto leven en slapen. Mensen met een andere levensopvatting als ons, maar we voelen ons er wel veilig genoeg om er toch te blijven. We kunnen lekker met Joep lopen en er is genoeg te zien. 1e rang om te zien hoe 3 honden deze hele kudde met schapen in no-time in hun ren/afrastering krijgen. Prachtig. Wel hebben al deze honden de hele tijd rond onze camper gesnuffeld en gelegen, dus Joep had een onrustige dag. En wij dus ook… Aangezien deze plek nog geen voorzieningen heeft voor camperaars, besluiten we de volgende dag maar meteen weer verder te gaan.

Ik merk dat ik na 9 dagen door de bergen rijden en dan niet de meest voor de hand liggende wegen te hebben bereden, ik wel toe ben aan of een andere omgeving (hoe prachtig het ook is!) of een paar dagen rust om ergens te verblijven waar je lekker buiten kan zitten, wasje kan doen en effe niks. We hebben tijd zat!

Deze plek was prachtig om te staan, maar het ontbreken van faciliteiten maakt ook dat we er niet langer kunnen staan.

We pakken meteen de N260 weer op richting Ainsa-Sobrarbe. Ook dit traject heeft Miriam goed uitgeplozen of we er goed en makkelijk kunnen rijden en dat blijkt goed te kunnen, mits je in de bochten op sommige stukken alert bent op de rotswanden en wat er achter vandaan kan komen..

Daar komen we sneller achter dan we dachten. Er komt een grote vrachtauto met verlengde trailer opeens de bocht omzeilen. Allebei schrikken we en vol in de ankers. Meteen voel ik ook de spanning bij Miriam opdoemen met een blik van: wat nu? Ik besluit dan maar direct om achteruit te rijden op de spiegels, maar weet inmiddels ook niet meer wat er achter van mij aan gaat komen. Langzaam rijd ik achteruit en klap mijn linker spiegel in om wat extra ruimte voor de vrachtauto te maken. Het past allemaal net en bij het passeren kijk ik nog even vriendelijk naar de chauffeur. De chauffeur niet naar mij en is zelfs boos! Raarrrrr!! Maar nogmaals; de weg is goed te doen, maar zeer afhankelijk op welk moment je een vrachtauto tegenkomt. Hadden we elkaar 75 meter later tegengekomen, hadden we elkaar zonder problemen kunnen passeren. Nu in de bocht met zijn minimaal 18 meter lengte, was het penibel.

We komen aan in Ainsa en daar vinden we een grote camperplaats met afstortmogelijkheden. Dat is onze prioriteit, want na ruim 2 dagen los staan moeten we echt het toilet afstorten. Als we ook nog water in kunnen nemen en water afstorten zal dan mooi zijn. We redden het nog wel een dag extra met de watertanks, maar het toilet moet echt. In de winterperiode zijn vaak waterkranen al afgesloten. En aangezien we dicht bij 1 november zitten, zijn al een aantal kranen onderweg afgesloten gebleken. Miriam loopt even rondje met Joep en ik doe alles wat ik moet doen op de afstortplaats. Daar werd ik niet vrolijk van hoe alles daar uitziet. De afstort van het toilet zag er werkelijk beschamend uit en terwijl ik met de open klep van luikje bedenk of ik hier wel ga afstorten, begint de sproei-installatie te sproeien terwijl er nog stront en papier in de bak ligt….en de rest kun je wel bedenken wat er gebeurde. Eerst maar weer even mijn arm en handen goed wassen en desinfecteren, want die was dus nat geworden. Lekker man!! Daarna toch ook maar ons toilet leeggestort, nu bleek na het sproeien dat de stortplaats weer toegankelijk was voor het storten. Miriam maakt dat soort zaken nooit mee, want ondanks dat ze hoofdsponsor is van de Gouden Toiletpot, is haar enige voorwaarde dat ze nooit het toilet hoeft te doen. Prima.

Dat mijn humeur door de sproeikop niet al te best was geworden, komt even daarna de eerste echtelijke aanvaring na 4 weken onderweg te zijn met mijn duifje. Ze komt terug bij de camper na de wandeling met Joep en vraagt of we niet hier een nachtje kunnen blijven staan om ook het dorpje goed te bekijken. “Het is zo’n schattig dorpje” zegt ze hoopvol. Aangezien ik net een Hoopvol had gezien, wilde ik gewoon weg uit dit dorp en volgens plan verder trekken. Ook omdat we hadden afgesproken dat we uit de bergen weg zouden gaan om ergens een paar dagen ons kamp op te maken, ergens iets meer naar de kust. Daar zijn meer overnachtingsopties die nog open zijn. We willen naar een camping om daar ook de was te doen en de mogelijkheid om buiten te zitten overdag. Dat mag vaak niet op camperplaatsen of parkings waar we staan, dus doen we dat dan ook niet.
Mijn antwoord stond Miriam niet aan en met een ijskoude blik en zin: “dan niet!!”, slaat ze de deur hard dicht en loopt weg. Heerlijke sfeer en uitnodigend om nog eens een paar maanden onderweg te zijn met elkaar op deze manier. Het is dat de besteklade te ver was, anders waren de messen op tafel gekomen….

Na een paar ijzige minuten besluiten we dan om even de camper toch te parkeren en een uurtje door het dorp te lopen. Mijn gedachte was dat dit weer een opgeklopt toeristisch dorp zou zijn, want ik parkeer de camper op een touringcarplek. Waar er zo’n 15 van op een rij kunnen staan. Neem daarnaast voor de omvang van dit dorpje nog eens de mega camperplaats die ernaast ligt, dan weet je: oude pandjes, veel terrasjes en souvenierwinkeltjes…..echt mijn ding!! Not! Aangezien in een huwelijk compromissen dienen te worden gesloten, lopen we even door het dorp en biedt Mir zowaar haar excuses aan. En dit doet ze niet vaak en niet graag kan ik melden, dus ze was echt overtuigd dat ze niet redelijk was geweest. Mooi moment en dus weer met plezier verder met de reis.. 😉

Vervolgens rijden we verder via de A138 waar het Mediano-reservoir en Embalse de Grado in het dal liggen. Miriam maakt wat foto’s en we lunchen met uitzicht op dit reservoir. Het valt op dat er zo weinig water in het reservoir ligt. Ook de andere meren in dit hooggebergte zijn nagenoeg leeg. Dit, terwijl het op andere plekken noodweer is geweest met overstromingen. Valt gewoon op. De wegen worden vlakker, rechter en lelijker zegt Miriam. Inderdaad laten we de Pyreneeën achter ons en rijden een wat minder mooi landschap binnen.

Via Barbastro waar we even wat boodschappen doen, gaan we via de A140 via Binefar richting Balaguer. We willen een plek zoeken, want ik ben er wel klaar mee voor vandaag. Er zijn weinig plekken beschikbaar die ons wat lijken en we zien er eentje op 20 kilometer afstand van ons. Het is een klooster, die we bereiken om van de weg af te buigen naar de C-12 om vervolgens uit te komen bij El Monistir d’Avellanes, net buiten Os de Balaguer. De officiële naam van het klooster is Santa Maria de Bellpuig de las Avellanas gebouwd van 1166 tot 1187.
In de muur van waar de graven zijn gesitueerd, zijn allemaal inhammen. In deze inhammen mag je staan met de camper. Er zijn wederom geen faciliteiten, behalve prullenbakken. Het blijkt een geweldige fijne plek te zijn en je loopt door de kloostertuinen om het klooster heen. Joep is in zijn hum hier en wij ook. De rest van de dag lekker rondom de camper gekeuveld. We vinden het zo’n lekkere plek dat we besluiten om hier nog een dagje langer te blijven.

Vanmorgen heerlijk rustig aan gedaan en allebei wat taken in en rondom de camper uitgevoerd. Lekkere wandeling met Joep over het terrein gelopen en samen op bankje voor het Klooster even samen genieten van de zon. Het is een lekkere 20 graden hier en de zon schijnt er lustig op los. Ik loop even naar de receptie van het klooster, wat ook een hotel blijkt te zijn om te betalen. Officieel moet je per nacht 5 euro betalen om hier geparkeerd te staan voor 24 uur. Je mag er ook maar maximaal maar 24 uur staan. Toch vraag ik of we nog een dagje extra mogen blijven staan omdat het zo’n fijn plekje is. De lieve dame geeft aan dat het mag, zolang we echt maar niet iets buiten neerzetten bij de camper. Ik wil betalen, maar je mag ook iets uit de winkel kopen zodat je echt niks hoeft te betalen. Wij vinden 5 euro per nacht werkelijk een belachelijk laag bedrag voor zo’n plek en raken aan de praat met de dame. Ik koop een paar flessen wijn die hier in het Klooster gemaakt worden (er zit ook een wijngaard achter het Klooster wat erbij hoort) en hoor van de dame toch ook weer schrijnende verhalen over medecamperaars. Reviews van 1-ster omdat de klokken luiden elk uur….duh…..je staat bij een klooster! Mensen die niks willen betalen omdat er ook niks is qua faciliteiten, maar dan wel gewezen worden dat het wordt gewaardeerd dat je dan iets koopt in het winkeltje. Sommige mensen gaan dan op zoek naar het goedkoopste artikeltje en kopen dat dan. Het goedkoopste artikeltje is een sticker a € 2,95. Je schaamt je soms dat je camperaar bent….Maar Mirreke en ik lurken de komende dagen wel een paar flessen wijn van dit klooster leeg en denken met heel veel plezier weer terug aan deze plek! Aanrader, echt!