Gisterochtend rijden wij op tijd weg van onze kampeerplek op de camping in Les Cabannes, maar kunnen de poort niet uit. Receptie zou om 08.30 uur open moeten zijn, maar is ie niet. Miriam belt het mobiele nummer dat op de deur staat en spreekt voicemail in. Geen reactie. Na diverse pogingen en inmiddels bij ons gegroeide ergernis, komt er omstreeks 9.25 uur een slaperige, net uit het bed gerolde, ongewassen, kapsel op standje “380 volt met vinger in stopcontactje”, ongeschoren en verdwaasd bij receptie en kunnen we eindelijk betalen. Poort open en met gierende banden van deze camping. Mooie locatie, lelijke camping.
We rijden meteen de bergen in en volgen langere tijd de prachtige weg D117 richting San Girons en slaan de D315 in bij Castelnau-Durban naar Clermont, om daar na de middag ons kamp op te slaan op een camperplaats in Clermont. Na een paar honderd meter zien we weer dat de weg smaller, smaller en steiler wordt. Pfffff….daar gaan we weer! Je moet hier niemand tegenkomen op deze weg en dat gaat ook een tijdje goed. Totdat we opeens door de bocht, waar aan onze kant een rotswand zit op 30 cm van de camper, een lokale dame in volle vaart de bocht om zien komen met haar Suzuki Swift. Het werd bijna een Suzuki Drift, want ze moest tot haar schrik vol in de ankers. We zagen haar verwijdde pupillen, dus zo dichtbij stond ze. Het gaat net goed, maar nu moet iemand achteruit en maakt zij die beweging naar achteren. Maar stopt ze in een smalle haarspeldbocht voor mij aan mijn buitenzijde van de bocht. Ik maak duidelijk dat ze daar niet kan staan omdat ik de bocht niet kan maken op zo’n manier. Ze begrijpt het opeens en probeert ruimte voor mij te maken door op een smalle grasstrook te staan, aan de andere kant van de weg, net voor mij. Ik kan net langs haar heen, maar moet dan nog de haarspeldbocht maken die te kort is. Ik moet achteruit steken. Dan is het bijzonder hoe de psyche van de mens werkt. Vergelijkbare situatie als een paar dagen geleden, maar toen boven een afgrond. Nu ook boven een afgrond, maar met een stenen muurtje op de rand van 40 cm hoog. Nu durf ik wel meer gas te geven als de camper achteruit bergopwaarts moet. En dat gaat prima. Een paar dagen geleden bevroor ik gewoon van angst toen ik voor mijn gevoel vanuit de bestuurdersstoel boven de afgrond stond.
Direct na deze haarspeldbocht, kwamen er nog een paar hele smalle, maar godzijdank zonder tegenliggers kon ik maximaal gebruik maken van de ruimte en rolde ik zonder problemen door de bochten en kwamen we veilig beneden. Wederom merken we dat de samengeknepen billen ervoor zorgen dat we dit soort weggetjes toch wat spannend vinden. En nu durf ik van mijzelf te zeggen dat ik goed kan sturen, goed op de spiegels kan rijden, veel ervaring op de weg heb, maar ook ik merk dat ik toch inspannender rijd en in de bergen toch wat onwenniger omga met vooral de steile afdalingen. Dat hoog in de toeren in lagere versnelling klinkt toch wat onrustig in ons hoofd. We besluiten de rit af te maken en zien dat uiteindelijk de camperplaats in Clermont niet ons ding is. We rijden door en komen uiteindelijk terecht in Prat-Bonrepaux. Daar mogen we staan op een dorpsplein, midden in het dorp en blijven daar dan ook vannacht maar staan om te slapen. We zijn het zat voor vandaag.
Het dorpje blijkt erg leuk te zijn en we wandelen dan ook in de middag door het dorp en Mir maakt weer mooie fotos voor Polarsteps en dit blog. In de vroege avond wordt er voor onze deur petanque gespeeld door een paar families en hebben we een rustige nacht op het dorpsplein.




Vanmorgen loop ik na in alle rust te hebben koffie gedronken en Mir met Joep het eerste rondje doet, naar de plaatselijke bakker op 250 meter afstand. Wat een vriendelijke mensen komen we overal tegen in Frankrijk! Zo dus ook hier in de bakker. Baguette gehaald, croissantjes en 2 aardbei-gebakjes. Joep is vrijdag jarig en dat moet gevierd worden. De kleine keizer, dictator, beste vriend, knuffeldier en “pain in the ass” soms, wordt 9 jaar oud. Al 9 jaar zijn wij full-time personeel van dit prachtige wezentje. Deze vakantie al zoveel om zijn nukken gelachen en samen lol gehad met hem. Prachtventje, dus die wordt vrijdag nog wel meer verwend dan onze norm.
We rijden weer richting San Girons en gaan daar de N618 volgen, beter bekend als de “Route Pyrenees”. We hebben er allebei weer zin in en hebben de inschatting gemaakt dat met onze camper dit te doen moet zijn. Mede ook door navraag aan Chat GPT, die inmiddels alles al over onze camper weet en ons inmiddels ook goed kent. Chad geeft aan dat voorzichtigheid geboden is om sommige stukken, maar dat het goed te doen is.




We genieten enorm van deze rit en komen na veel slingeringen boven op de klassieke wielersport berg Col de Portet ‘d Aspet, een berg van 1069 meter hoog en al klimmende met onze kolos halen we veel wielrenners in. Respect voor de mannen en dames, maar het houdt wel op allemaal. Je kunt door alle slingerbochten niet altijd door de bocht kijken en hangen we dus soms achter de wielrenners totdat we er voorbij kunnen. Boven op de top stoppen we om even een bakkie te doen en raken we aan de praat met een Belgische man, die bezemwagen is voor een Vlaamse vriendenploeg die jaarlijks met elkaar in Europa op pad gaan. Vorig jaar de Alpen, nu de Pyreneeén. Maar wat zijn we onder de indruk van al de natuur hier, zo bevestigt ook hij. Even een tijdje staan babbelen over de ervaringen en vertelde ik over de nieuwe fiets van mijn zwager John. Die fiets blijkt ongeveer net zo duur te zijn dan waar de topatleten mee fietsen in de professionele ploegen die nu aan het voorbereiden zijn op de Tour de France. John zou zo nog meekunnen, die klimgeit in de familie! Bijna 61 jaar en nog dagelijks, zelfs nu op vakantie in Frankrijk, ook hier nog rondes van 150-200 km. Ik vind het met de camper al een afstand, laat staan op 2 smalle bandjes!

We rijden weer door en de weg wordt soms smaller en altijd een bergwand vlak naast de camper op 30 cm afstand. Opletten dus. Ook Miriam moet opletten, want die neemt met alle liefde Joep op schoot tijdens het rijden, maar realiseert zich te weinig dat daarmee de rechterspiegel voor mij niet goed zichtbaar is, door die bol wol op schoot. En je hebt die spiegels soms nodig in een split second! We verbazen ons hoe de lokale mensen hier door de bergen scheuren en binnenbochten pakken terwijl ze niet zien wat er aankomt als ze zo aan het snijden zijn.
En zo geschiedde! Niet door een lokale bewoner die aan het jagen en snijden is, maar nu door een bejaarde met zeer waarschijnlijk Macula Degeneratie, een oogkwaal die het zicht wazig maakt en zelfs zeer slechtziend kunt worden (Mijn vader had het ook en de laatste jaren van zijn autorijden diverse schades gereden welke hij volledig ontkende). De beste man reed niet hard, maar wel midden op de smalle weg, direct na een bocht waar ik met 17% afdaling met camper langzaam aan kwam rijden.

Door zijn slechte zicht, zijn stramme botten en waarschijnlijk een wat langzamere geest, zag hij mij te laat aankomen. Ik had al geremd, maar moest wat uitwijken naar de rotswand. Stomme pech voor ons, want ons elektrische opstapje van de camper was na de laatste stop niet automatisch ingeklapt na het starten van de motor, dus dat opstapje was nog uitgeklapt. En met nog maar 20 cm afstand van de rotswand en stenen die op de grond lagen, schampte ik met het opstapje langs de keien. Camper niet beschadigd, maar opstapje wel beschadigd en ontwricht. Tjesus wat balen, maar ik kon niet direct stoppen. Nadat ik dat na een paar honderd meter wel kon, zag ik dat ik daar niets kon uitrichten. Doorrijden tot meer ruimte om mij heen. Alleen het motortje van de opstap bleef maar draaien en draaien, dus wij ook bezorgd of het motortje niet zou doorbranden. Na een paar kilometer konden we stoppen op een parkeerplaats. Dat bleek de overlijdensplek te zijn van een Italiaanse wielrenner die tijdens de Tour is overleden. Fabio Casartelli, gestorven op 18 juni 1995 tijdens de afdaling van de Col de Portet ‘d Aspet.

Op de parkeerplaats samen YouTube filmpjes zitten kijken hoe we de opstap-motor buiten gebruik konden stellen, zonder wezenlijk schade toe te brengen die later weer tot hoge reparatiekosten zouden leiden. Alle opties die het “alles wat je maar kan bedenken staat hierop”-platform, brachten geen oplossing tot ons opstapje. Wij samen maar besloten om het opstapje met tie-ripes vast te zetten.

Alleen blijkt de motor wel te blijven lopen. Maar; we komen erachter dat als we op een kampeerplek staan, dat dan de motor niet draait. Als we rijden draait ie wel, maar dan plakken we met duck tape even de in/uitknop vast op de “uit” stand en doet ie dus niks. We moeten op zoek naar een kampeerwinkel of een camperdealer om of een nieuw los opstapje te kopen of hopelijk het opstapje te kunnen laten maken. Geen van beiden lukt deze dag, dus we moeten met een wat hogere instap rekening houden om de camper in of uit te komen. De eerste die lomp struikelt zal Miriam zijn, was mijn verwachting. Maar eerlijk is eerlijk; ik was degene die aan de deur bleef hangen en ter aarde stortte. Oh ja, wel met broekriem achter deurknop blijven hangen, dus ik hing even aan de deurpost. Neeeeeej….de deurpost is niet ontwricht! (Voordat ik daar weer opmerkingen over krijg)
Tijdens de laatste kilometers van deze rit, is het even stil in de camper. Allebei wederom in gedachten en even later delen we onze gedachten met elkaar. We vinden deze tocht, dwars door de Pyreneeen prachtig om te zien, maar niet om te rijden. Juist door de krappe wegen en eerder genoemde risico’s van schades en het extreem berg-rijden vinden wij het een once in a lifetime experience, maar zullen in de toekomst wel vasthouden aan de wat grotere wegen als we nog eens deze kant willen doen. Ik denk dat je dan nog steeds mooie dingen ziet en dat met een buscamper of smallere en/of kleinere camper deze tocht beter te doen is. Nogmaals; we genieten enorm, maar als je onze hachelijke toestanden van de laatste dagen meetelt, is het dan het allemaal waard? Wij denken van niet en zullen dan denk ik nog eerder andere gebieden in Frankrijk gaan bezoeken. Want dat Frankrijk een heerlijk fijn land is om in te reizen, staat ons wel vast. We genieten van alles wat we zien en we hebben er mooi weer bij. Er komen vast nog vele mooie dingen op ons pad.
We verblijven nu een paar dagen op een Camper Car Park in Labarthe-Riviére. Een hele mooie deze keer. Rondom in het groen aan de rand van het dorp. De volgende stop zal Lourdes zijn. Miriam wil er heel graag heen nu we er in de buurt zijn. Voor mij hoeft het niet zo, maar ik denk dat ik onze camper laat zegenen met wijwater…kan ie wel gebruiken!






























