7+8 Juni 2026: Saint Antonin Noble Val en Cabrerets (NP Regional Causses de Quercy)

De rit van gisteren was er eentje om er geen woord aan vuil te maken. Van alle weken dat we nu onderweg zijn, was deze rit voor 90% saai, vlak en weinig te zien. Veel landbouw, kleine verlaten dorpjes met hier en daar een prachtig franse villa, maar op de verkeerde plek. We hebben het gevoel dat we op een vlakte rijden, totdat we opeens een dejavu hebben ten opzichte van onze laatste Spaanse winterreis. Opeens na een bocht zien we dat we op een vlakte rijden inderdaad, maar een hoogvlakte! We rijden de bocht om en kijken opeens de diepte in, waar in de vallei nog een paar kleine dorpjes te zien zijn. Maar wij rijden op hoogte en wat volgt zijn de laatste 10% van deze rit die opeens prachtig is. We slingeren nog een paar bochten door en zien dan opeens de bestemming voor vandaag, Saint Antonin Noble Val.

Saint Antonin Noble Val is een gemeente in het franse departement Tarn et Garonne (regio Occitanië). De plaats maakt deel uit van het arrondisement Montauban, waar we doorheen zijn gereden toen we hier naar toe reden. We zien dat het al echt drukker overal begint te worden.

De plaats ontstond aan de samenvloeiing van de rivieren Bonnette en de Aveyron en kreeg belang in de 12e eeuw door zijn houten brug over de Aveyron, de enige oeververbinding tussen Moissac en Villefranche de Rouergue. In de 13e en 14e eeuw ontstonden leerlooierijen die bijdroegen aan de welvaart van dit stadje.

We rijden het stadje in en we raden iedereen aan om dit nooit, maar dan ook nooit op zondag te doen met een camper. Het was markt vandaag op zondag en de hele regio komt hier naar toe, blijkt! Mensen wat was het druk en wat parkeren ze de auto’s hier kriskras op de smalle wegen. Hierdoor missen we onze afslag naar de camperplaats van Camping Car Park en rijden we krap langs de auto’s naar het einde van het dorp. Omkeren kan hier niet aangezien het eenrichtingsverkeer is. Het centrum doorkomen was al met verhoogde hartslag, maar nu we het dorp weer uitrijden en klimmen we opeens weer redelijk steil naar boven en word het weggetje weer smaller en smaller. Miriam roept uit: Dit wil ik niet! Ik probeer toch ergens op een inrit van een klein huisje achterwaarts in te steken, maar zie dat de camper te lang is om alsnog om te keren. De auto achter ons is weer supervriendelijk en merkt op dat als we durven om nog 3 km door te rijden, we dan weer op een hoofdweg komen en kunnen dan weer terug het stadje in. We besluiten dat er geen andere optie is en klimmen verder naar boven. Het viel allemaal best mee en we komen voor kans 2 weer het stadje binnen rijden. We zijn alert waar we de inrit van de camperplaats kunnen zien en draaien met de witte kolos de weg in. Beide zijden allemaal auto’s en een te smalle doorgang om de camping car park op te komen. Godzijdank gaat net een auto weg, waardoor ik schuin tussen 2 autos de camper kan doorsteken. Beide zijden nog een 5 cm ruimte, maar het lukt. Ik moest daarna wel even diep buigen van Miriam, zodat ze die enorme veer weer kon steken in het gat waar het donker is. Gezond en wel en zonder schade op de plek aangekomen.

We slaan ons kamp op en staan op een grindplaat, waar ongeveer 15 campers kunnen staan. We kiezen een plek uit en willen eerst even lunchen en chillen. Direct naast onze plek is tevens een jeu de boule complex met 10 banen. Op zondag dus een paar families die op het scherpst van de snede een competie hielden. Als je zou denken dat het gladiatorengevecht in het Colosseum in Rome was, dan zou je het ook geloven. Voor onze plek is een aanlooproute naar een heel mooi park, direct aan de rivier. Picknicktafels, Stenen BBQ plaatsen, kleedjes op het gras en tientallen families, verliefde stelletjes lagen daar op het gras. Dus ook hier was er veel rumoer en vertier. Kortom; overal was wat te doen. Miriam wil graag het stadje in om over de markt te gaan en het stadje te bekijken. We besluiten wederom om Joep niet mee te nemen aangezien dat beestje gek zou worden van alle benen die hij in zijn aura voorbij ziet komen en zijn riem mensen zou laten struikelen, aangezien hij als een musquito alle kanten opstuift waar hij prikkels ervaart. Ik blijf daarom maar bij mijn kleine vriend thuis, zodat Mir in alle rust het stadje kan bekijken.

Dat doet ze dan ook, maar ze kent er geen kip in dat stadje. Totdat ze er eentje tegenkomt. Aan het spit weliswaar en net zoals wij inmiddels; lekker bruin gebakken! Dat was toch wel een beloning voor het feit dat ik zoveel aan mijn lot werd overgelaten. De kip was echter zo groot, dat als je had gezegd dat het een struisvogel was, zou ik het ook geloven. Miriam had daarom ook maar meteen de restanten in beslag genomen om vanavond er een heerlijke ceasarsalade van te maken. Topdag hier in dit stadje, waar je echter over een paar weken volop in de toeristen zit. Was echt de moeite waard om dit stadje te bezoeken. Ik heb er mooie foto’s van gezien inmiddels..

Nu we het er toch over hebben: dat ik een Cultuur-barbaar zou zijn! Misschien is dat zo, maar laten we even alles op een rijtje zetten. Als je inmiddels al duizenden kilometers door Frankrijk binnendoor hebt gereden en tal van steden en dorpen hebt doorkruist, dan kun je toch wel uittekenen hoe zo’n typisch frans dorpje eruit ziet? Verouderde huizen in zachte kleuren geschilderd, maar wel met gekleurde luiken, mooie steensoorten door elkaar heen, pleintjes met oude platanen en gietijzeren bankjes en bistrosetjes, ouderwets geschilderde reclameborden met klassieke lettertypen, eeuwen oude kerkjes, met daarnaast het evenoude kerkhof met verwilderde grafzerken. Neem dan ook nog eens de brocante winkeltjes mee en de heerlijke vitrines—etalages van de bakkers, slagers, kaaswinkels en krantenkioskjes op het plein…nou dan schets ik het toch aardig? Jullie hebben er beeld bij! Wel, dan vind ik het heus niet erg om een keer een dagje te missen van deze decors in de dorpjes.

Overigens moeten wij beiden wel zeggen dat de steden die echt bekend staan om de toeristenhoeveelheid omdat het stadje of dorpje zo mooi is, wij liever overslaan. Dan liever dwars door de binnenlanden en andere kleine dorpjes of stadjes doorkruisen. Allebei zijn wij niet van de architectuur, musea, historie etc. Als de sfeer maar lekker is. En dat is ie steeds waar wij komen. We moeten volledig terugkomen op het beeld dat wij jaren geleden hadden over de Fransen. Ze zijn echt supervriendelijk overal! Ook zo opvallend was nadat de Fransen gisteravond de jeu de boule banen achterlieten of de grasvelden aan de rivier; alles werd keurig schoon en opgeruimd achtergelaten. Daar kunnen wij in ons landje nog wel wat van leren!

Vanmorgen in alle vroegte de boel weer ingepakt en de camper weer klaar gemaakt voor een paar dagen aan water- en toiletgebruik, gaan we omstreeks 9 uur weer verder. We willen richting het Regionale Natuur Park Causses de Quercy. Je hoort er nooit iemand over en daarom wilden wij wel door dit park rijden.

Het Parc naturel régional des Causses du Quercy is een regionaal natuurpark en Unesco-geopark in het zuiden van Frankrijk, in de regio Occitanië, met name in het departement Lot.

Het is een uitgestrekt park, omvat 97 gemeentes en in totaal 176.000 hectare. In het noorden wordt het park begrensd door de rivier de Dordogne, in het zuiden eindigt het park op de Quercy Blanc, onder de kantons van Limogne en Quercy en Lalbenque, nog voor de valleien van de Aveyron en Garonne. In het westen ligt Cahors net buiten het park en in het Oosten ligt Eigeac er net buiten.

Het park ligt op een kalkhoogvlakte (Causse). Het is een heuvelachtig landschap dat doorsneden wordt door de diepe rivierdalen van de Lot en van de Célé. Het is een arme streek, met onder meer als gevolg dat de dorpen op vrij grote afstand van elkaar liggen. In heel het gebied wonen slechts zo’n 25.000 mensen. De grond is kalkgrond, poreus, met als gevolg dat water snel wegzakt in de bodem. De vegetatie op de hoogvlakte heeft moeite zich te handhaven, met name in de droge hete zomers. Toen meer bos gekapt werd om daar landbouwgrond van te maken, bleek al snel dat dit niet veel meer opleverde dan een versnelde verwoestijning van de omgeving. De armetierige kromme eikjes op de Causses hebben een duidelijke functie in het vasthouden van water en het daardoor leefbaar houden van de omgeving.

Het water heeft het gebied gevormd. De rivierdalen zijn duidelijk zichtbaar uitgeslepen. Maar ook zijn er de onderaardse rivieren, rivieren die in de grond verdwijnen om een eind verder weer boven te komen. Het water heeft er ook voor gezorgd dat er in het gebied allerlei grotten zijn ontstaan. Een aantal van deze grotten hebben pre-historische wandschilderingen, zoals Pech Merle en Lacave.

Om het wankele evenwicht tussen de mens en zijn omgeving, tussen de bebouwde omgeving en de natuur te beschermen, is het Parc naturel régional des Causses du Quercy ingesteld. Bijzondere plaatsen zoals Rocamadour en Saint Cirq Lapopie liggen binnen het gebied van het park. Wij bezoeken deze plaatsen nu niet en bewaren dat voor een volgende winterreis. Want dat we hier terug willen komen, dat staat vast.

De rit die we rijden door dit park is werkelijk prachtig. Het doet ons denken aan onze eerste grote camperreis in Amerika/Canada. Het landschap lijkt er een beetje op. Op de achtergrond enorme rotswanden in diverse grijstinten en daarvoor houten boerderijen in verschillende kleuren en daarvoor akkers en weilanden, met daar door heen slingerende weggetjes, glooiend naar boven met aan de zijde weer bosranden. Wij vinden het erg fijn voelen om door dit park te rijden.

Wat ook heel fijn voelde was het gesprek dat Miriam en ik tijdens de rit in de camper vandaag hadden. We spraken over onze keuzes, onze angsten en over de dood. Ik merk dat ik last heb van de dood de laatste tijd. De afgelopen jaren hebben wij veel dierbare familie en vrienden verloren. Het grootste gedeelte veel te jong. Het verwerken van al dat verlies in combinatie met toen nog het intensieve werken als interim manager, maakt dat ik in die tijd te weinig ruimte had om het een plek te geven. Veel uit die periode blijk ik niet meer te exact te herinneren. De dood hoort bij het leven en ik ben er ook zeker niet bang voor. Maar Miriam of mijzelf alleen op termijn alleen verder te moeten laten gaan, was onderdeel van het gesprek en hoe we dat zien op hopelijk lange termijn. We hadden het hier al tijden geleden over gehad, maar dat was in een periode dat wij nog ons huis in Lelystad hadden, midden in het sociale- en werkzame leven daar en dus andere keuzes toen maakten als het zover zou komen. Nu is onze situatie anders en hoe fijn was het om vandaag het hierover te hebben en erachter te komen dat we er precies hetzelfde over veel onderwerpen denken. Was zeer waardevol, ook de andere onderwerpen in ons leven die ons bezighouden passeerde de revue.

Maar als we dan ook aankomen in het dorp dat Miriam had uitgezocht, Cabrerets, valt onze mond open van de schoonheid die we zien. Het is een klein dorpje, maar met prachtige pandjes, kruip-door-sluip-door-weggetjes door de ieniemienie straatjes. Het is maandag, dus ook hier is de horeca en winkels in ruststand. Neemt niet weg dat het een heerlijke wandeling is. We komen nog een oudere heer op fiets tegen en die hoort dat wij Nederlanders zijn. Hij ook! We maken een praatje en opvallend dat hij een betoog houdt over dat iedereen de ge-eikte toeristische steden en dorpen gaan bekijken omdat de massa daarover vertelt of foto’s deelt. Maar hoe mooi is Frankrijk op het platteland!! Hij geniet enorm van de binnenlanden en wij schieten in de lach omdat wij vanmorgen exact hierover hetzelfde statement hadden. Het is echt zo; natuurlijk zijn Castellane, Lourdes, Roccamadour en andere bekende plaatsen prachtig, maar wat wij al hebben gezien van het platteland van Frankrijk tijdens onze reizen is werkelijk zo mooi. Wij houden van Frankrijk is inmiddels ons motto!

Onze camper hebben we inmiddels eerder al op een P4N parkeerplaats neergezet. Ook op een hele mooie plek. De camper staat met zijn lange kont boven een grasstrook en daar ligt ook een groenstrook gescheiden met struiken, zodat je achter de camper heerlijk op jezelf zit. Joep heeft direct achter de camper een stromend beekje met helder water. Joep en ik baden ons al lopend door het water. Hij met zijn pootjes en ik met mijn nieuwe waterschoentjes….heel leuk setje gehad van mijn meisje.

Einde van de middag wandelen we door het dorpje en genieten van alles wat we daar zien. Na een tijdje komen we terug bij de camper en gaan we weer in chillmodus met een drankje en hapje erbij. Einde van de middag ontvangen wij een appje van bekenden van ons, Ron en Sabina, die ook met hun nieuwe camper op reis zijn in Frankrijk. Het lijkt ons leuk om elkaar ergens op te zoeken en die afspraak maken we dan ook. Ron komt met een voorstel voor een camperplaats en de afspraak is gemaakt. Erg leuk om met ze te kunnen bijpraten en hun ervaringen te horen. Ook krijgen we een telefoontje van onze Artsen zonder Grenzen, Cor en Gea, die minder goed nieuws hadden. Hun campingstoelen waren voor de camper gestolen, terwijl ze gewoon op een camping stonden. Ook doet hun deurvergrendeling het niet meer en krijgen ze 1 garagedeur niet meer op slot. Dat maakt dat ze zich niet meer veilig en goed voelen om erop uit te gaan met hun fietsen. Sterker nog; om te gaan wandelen terwijl ze dan hun fietsen moeten laten staan in de garage van de camper. Ze waren in mineur en hebben besloten om door te rijden naar huis. We houden contact met ze, want we hebben ze wel gemist de afgelopen week. Sowieso de contacten met bekende camperaars onderweg die onze blogs lezen is hartstikke leuk om elkaar te volgen en mogelijk ook eens onderweg te ontmoeten.

Morgen vertrekken we hier voor de volgende etappe. We gaan naar Figeac om daar boodschappen te doen en LPG te tanken. De koelkast moet wel een beetje vol zijn om de hagenezen van woensdag ook te kunnen voorzien van een natje en een droogje. Wat we daarna gaan doen, dat zien we wel weer!

26 en 27 oktober 2025: Aurillac en Cuxac-Cabardés

Gistermorgen werden we wakker en keken we naar buiten om te constateren dat het weer een natte bedoeling was en blijft deze dag. We ruimen alles klaar voor vertrek en gaan beginnen aan een weer prachtige rit richting Aurillac.

Aurillac is een stad in het departement Cantal en ligt aan het riviertje de Jordanne. Het is de grootste gemeente in het departement en dus ook bestuurlijk is dit de hoofdstad van dit gebied. Waarom gaan jullie dan naar Aurillac is de vraag misschien? Nou, dat zal ik jullie toelichten; Aurillac is de historische paraplu-hoofdstad van Frankrijk en hier worden dan ook de meeste paraplu’s gemaakt van geheel Frankrijk. Gezien de weersomstandigheden deze week en de komende dagen leek ons daarom een bezoek aan die stad wel wat waard.

Onderweg rijden we weer door zulke mooie streken en hebben we weer zo genoten van de rit. Deze voer ons langs een aantal “groene” wegen op de kaart, welke dus bezienswaardig zijn aangemerkt. Via Cascade de Trador, een romeinse brug waar ook een waterval vlakbij neerklettert in de rivier, naar Tauves, Bort-les-Orgues, Ydes, Mauriac, Saint Martin Valmeroux, Jussac naar uiteindelijk Aurillac.

Daar aangekomen kwam de regen met bakken uit de lucht vallen en was er op straat en in de stad geen teken van leven. Het seizoen is voorbij en er was ook niets geopend. Mistroostig zag het er allemaal uit. Als we aankomen op de Camping Car Park in Aurillac zien we dat we maar met 3 campers op de plaats staan. Na installeren van de camper is eerst onze Joep aan de beurt. De kleine man doet het vreselijk goed in de camper en tijdens de ritten, maar net zoals de chauffeur is hij er na 5 uur sturen wel een beetje klaar mee. We gaan met hem aan de wandel, maar zo midden in de stad is het zoeken naar parken en groen. We lopen daarom maar een soort bosperceel in waar een heel slecht paadje loopt over rotsstenen naar boven. We beginnen er met volle moed aan en al snel komen we erachter dat dit hem niet gaat worden. We lopen nog een stuk terug en lopen wat door de wijk in deze stad. Er staan prachtige huizen, maar ook hier alle luiken dicht. Je weet gewoon niet of er iemand thuis is of niet. Miriam en ik zijn allebei moe en willen niet verder door de stad slenteren. Het weer is zo vreselijk slecht. Grijs, grauw en nat.

Ook als we binnen zitten zeggen we tegen elkaar dat wij eigenlijk steden niks aan vinden om er te kamperen. Zo’n camperplaats midden in de stad vinden wij echt niks. Wij zijn liever midden in de natuur, bij voorkeur in de bossen en bergen. Nou, dan gaan we morgen dan maar weer verder naar op zoek. Al is het alleen maar om Joep wat meer leukere wandelingen te kunnen bieden. Hij is de laatste dagen niet verwend geweest door de camperplaatsen die we bezocht hebben.

De avond valt niet veel over te vertellen. Beetje voetbal kijken, lezen en dan naar bed. De binnendoor-weggetjes kosten naast wat meer tijd ook wat meer energie. Meer schakelen, remmen en alerter op tegenliggers en smallere bermen. Kortom; na inmiddels 1500 kilometer geheel tussendoor kunnen wij elke avond goed slapen. Morgen weer verder, richting Carcasonne. We denken niet dat we die stad gaan bezoeken, ondanks dat het de moeite waard schijnt te zijn. We hebben de afgelopen weken/maanden veel camperaars bekeken op YouTube die daar geweest zijn, dus we hebben er een goed beeld bij; druk en heeel toeristisch. Het verbaast ons hoeveel campers we onderweg tegenkomen. Wij houden gewoon niet van drukte en daarom zien we morgen wel waar we terecht komen.

Vanmorgen weer regen, regen en nog eens regen. Elke ochtend sta ik met mijn goede gedrag de tanks te vullen en legen en toilet te verschonen. Ik hoop op snel een korte broek en polo te dragen, maar vandaag gaat dat weer niet lukken. We gaan op pad.

De eerste kilometers na Aurillac zijn nog wat druk qua verkeer en moesten we eerst door de stad heen om aan de andere kant uit te komen om richting Arpajon sur Cére en Montsalvy te rijden en daar vanuit de Gorge de Lot te volgen. Prachtige route was dit gedeelte. We rijden door kloven, grotten, bomen en altijd aan onze rechterzijde de wat kolkende Lot.

Daarna richting Bozouls, Rodez, Albi, Realmont, Castres, Mazamet om uiteindelijk in het kleine dorpje Cuxac-Cardadés te komen om daar ons kamp op te slaan voor vandaag. Dit dorpje ligt in het departement Aude en telt zo’n kleine duizend inwoners. We staan op een Park4Night plekje, zonder faciliteiten, dus staan we los. Wij vinden dit altijd wel soort van spannend. Je weet nooit of je genoeg stroom in je accu hebt om te doen wat je normaal doet. Verlichting en phones opladen moet geen probleem zijn. Maar of je dan ook de maxxfan en smart tv aan kan hebben de hele avond? Tja, met een 100 Ah accu moet je toch een avondje kunnen overbruggen lijkt ons. We zullen energiezuinig leven vanavond..

Direct achter onze parkeerplaats, loopt een leuk parkje slingerend over loopplanken, bospaadjes en een kabbelend kreekje. Joep is niet te houden en eerst Miriam en daarna samen lopen met de kwispelende speelse jeugdige Joep te dartelen. Spelen met een stok, zwemmen en blij meelopen. Mooi! Kan ie vanavond weer in zijn luxe hok van 18 m2.

De rest van de middag zoekt Mir een route uit richting de spaanse grens voor morgen en schrijf ik dit blog. Vanavond lezen we denk ik lekker in onze boeken. Ik lees het boek van Boris Becker over zijn gevangenisperiode en Miriam leest Ieni Mieni Mutte van M.J. Arlidge. Een avondje zonder TV gaat ons zeker lukken. Morgen maar weer kijken waar we terecht komen. Maar wat er ook gebeurt…..ik draag een korte broek!